nsLTP sensibilisatie
Sensibilisatie voor het nsLTP allergeen Pru p 3 in perzik is meestal de primaire oorzaak van nsLTP-sensibilisatie en kan leiden tot kruisreactiviteit met andere LTP’s. IgE-antistoffen tegen Pru p 3 vertonen een hoge mate van kruisreactiviteit met LTP-bevattende steenvruchten, zoals nectarine, abrikoos, kers en pruim. Kruisreactiviteit met andere LTP-bevattende voedingsmiddelen is vaak beperkt.
Sensibilisatie voor het nsLTP allergeen Pru p 3 in perzik is meestal de primaire oorzaak van nsLTP-sensibilisatie en kan leiden tot kruisreactiviteit met andere LTP’s. IgE-antistoffen tegen Pru p 3 vertonen een hoge mate van kruisreactiviteit met LTP-bevattende steenvruchten, zoals nectarine, abrikoos, kers en pruim. Kruisreactiviteit met andere LTP-bevattende voedingsmiddelen is vaak beperkt.
Parvalbumine sensibilisatie
Patiënten met een visallergie krijgen in veel allergiecentra het advies om de meeste of alle vissoorten te vermijden. Volgens nieuwe inzichten hoeft het vermijden van alle vissoorten tegenwoordig niet meer de praktijk te zijn.
Patiënten met een visallergie kunnen globaal worden onderverdeeld in 3 groepen:
(1) Poly-gesensibiliseerde patiënten die op vrijwel alle soorten vis reageren op basis van kruisreacties van β-parvalbumine. Tonijn, makreel, zwaardvis en bot bevatten een lage concentratie β-parvalbumine en kunnen mogelijk wel worden verdragen.
(2) Mono-gesensibiliseerde patiënten met een selectieve allergie voor 1 individuele vissoort, mogelijk op basis van IgE antistoffen tegen een soortspecifiek epitoop van β-parvalbumine.
(3) Oligo-gesensibiliseerde patiënten die reageren op een beperkt aantal vissoorten (bijv. zalm, kabeljauw en tonijn) op basis van IgE antistoffen tegen enolase of aldolase, zonder sensibilisatie voor β-parvalbumine. Enolase en aldolase zijn hitte-labiele allergenen, waardoor goed verhitte vis (bijv. gebakken of gekookt) doorgaans wel verdragen kan worden.
Dijkema et al. NTVAAKI, 2021 .
Patiënten met een visallergie krijgen in veel allergiecentra het advies om de meeste of alle vissoorten te vermijden. Volgens nieuwe inzichten hoeft het vermijden van alle vissoorten tegenwoordig niet meer de praktijk te zijn.
Patiënten met een visallergie kunnen globaal worden onderverdeeld in 3 groepen:
(1) Poly-gesensibiliseerde patiënten die op vrijwel alle soorten vis reageren op basis van kruisreacties van β-parvalbumine. Tonijn, makreel, zwaardvis en bot bevatten een lage concentratie β-parvalbumine en kunnen mogelijk wel worden verdragen.
(2) Mono-gesensibiliseerde patiënten met een selectieve allergie voor 1 individuele vissoort, mogelijk op basis van IgE antistoffen tegen een soortspecifiek epitoop van β-parvalbumine.
(3) Oligo-gesensibiliseerde patiënten die reageren op een beperkt aantal vissoorten (bijv. zalm, kabeljauw en tonijn) op basis van IgE antistoffen tegen enolase of aldolase, zonder sensibilisatie voor β-parvalbumine. Enolase en aldolase zijn hitte-labiele allergenen, waardoor goed verhitte vis (bijv. gebakken of gekookt) doorgaans wel verdragen kan worden.
Dijkema et al. NTVAAKI, 2021 .
PR-10 sensibilisatie
In Noord- en Centraal-Europa is sensibilisatie voor het PR-10-allergeen Bet v 1 uit berkenpollen doorgaans de primaire oorzaak van PR-10-sensibilisatie. De sterke IgE-kruisreactiviteit met homologe PR-10-allergenen in plantaardige voeding manifesteert zich klinisch vrijwel uitsluitend als het Oral Allergy Syndrome (OAS), aangezien PR-10-eiwitten niet maagzuurresistent zijn.
In Noord- en Centraal-Europa is sensibilisatie voor het PR-10-allergeen Bet v 1 uit berkenpollen doorgaans de primaire oorzaak van PR-10-sensibilisatie. De sterke IgE-kruisreactiviteit met homologe PR-10-allergenen in plantaardige voeding manifesteert zich klinisch vrijwel uitsluitend als het Oral Allergy Syndrome (OAS), aangezien PR-10-eiwitten niet maagzuurresistent zijn.
Profiline sensibilisatie
Profiline-sensibilisatie ontstaat primair via pollenexpositie en komt voor bij een aanzienlijk deel van de patiënten met een pollenallergie. IgE-antistoffen tegen profiline-allergenen in pollen kruisreageren met homologe profilines in plantaardige voeding. Deze kruisreactiviteit is meestal klinisch niet relevant en, indien klachten optreden, beperkt tot milde orale symptomen.
Profiline-sensibilisatie ontstaat primair via pollenexpositie en komt voor bij een aanzienlijk deel van de patiënten met een pollenallergie. IgE-antistoffen tegen profiline-allergenen in pollen kruisreageren met homologe profilines in plantaardige voeding. Deze kruisreactiviteit is meestal klinisch niet relevant en, indien klachten optreden, beperkt tot milde orale symptomen.
Tropomyosine sensibilisatie
Tropomyosine is een pan-allergeen dat verantwoordelijk is voor kruissensibilisatie met schaaldieren, weekdieren, mijten en insecten.
Schaaldieren
Tropomyosine vertoont een hoge mate van homologie (95-100%) tussen schaaldieren zoals garnaal, krab en kreeft. Daardoor wordt vaak aangenomen dat patiënten met een allergie voor één type schaaldier ook alle andere schaaldieren zouden moeten vermijden. Ondanks deze hoge mate van homologie zijn er mensen die enkel allergisch zijn voor één schaaldier; percentages tot zelfs 60% worden beschreven. De klinische kruisreactiviteit binnen de schaaldieren is daarmee beperkter dan voorheen werd aangenomen. Het generieke advies om standaard alle schaaldieren te vermijden is daarom niet nodig.
Weekdieren
Tropomyosines vertonen een lagere mate van kruisreactiviteit tussen weekdieren — zoals mosselen, oesters en sint-jakobsschelpen — dan tussen schaaldieren onderling. Ongeveer de helft van de patiënten met een schaaldierallergie blijkt ook klinisch allergisch te zijn voor weekdieren.
Mijten en instecten
Tropomyosines kunnen aanleiding geven tot kruisreactiviteit met mijten (zoals huisstofmijt) en bepaalde insecten (zoals meelwormen, sprinkhanen en krekels).
Dijkema et al. NTVAAKI, 2026.
Tropomyosine is een pan-allergeen dat verantwoordelijk is voor kruissensibilisatie met schaaldieren, weekdieren, mijten en insecten.
Schaaldieren
Tropomyosine vertoont een hoge mate van homologie (95-100%) tussen schaaldieren zoals garnaal, krab en kreeft. Daardoor wordt vaak aangenomen dat patiënten met een allergie voor één type schaaldier ook alle andere schaaldieren zouden moeten vermijden. Ondanks deze hoge mate van homologie zijn er mensen die enkel allergisch zijn voor één schaaldier; percentages tot zelfs 60% worden beschreven. De klinische kruisreactiviteit binnen de schaaldieren is daarmee beperkter dan voorheen werd aangenomen. Het generieke advies om standaard alle schaaldieren te vermijden is daarom niet nodig.
Weekdieren
Tropomyosines vertonen een lagere mate van kruisreactiviteit tussen weekdieren — zoals mosselen, oesters en sint-jakobsschelpen — dan tussen schaaldieren onderling. Ongeveer de helft van de patiënten met een schaaldierallergie blijkt ook klinisch allergisch te zijn voor weekdieren.
Mijten en instecten
Tropomyosines kunnen aanleiding geven tot kruisreactiviteit met mijten (zoals huisstofmijt) en bepaalde insecten (zoals meelwormen, sprinkhanen en krekels).
Dijkema et al. NTVAAKI, 2026.
Gefilterde allergenen:
Welkom bij AllergieAtlas. Dit platform biedt een zorgvuldig samengesteld overzicht van extracten en componenten ter ondersteuning van de diagnostiek naar voedselallergieën.
Let op: uitsluitend bestemd voor zorgprofessionals.